Geschiedenis

Dat we er vandaag de dag als gemeenten van de Jezus Christus zijn, is te danken aan Gods werk in de geschiedenis van Zijn kerk. Veel van wat we vandaag aan goeds in de kerk hebben, danken we aan het geloof en de daden van christenen uit het verleden. We staan ook als kerk op de schouders van het voorgeslacht.

Reformatie

Oudste editie van de Heidelberger CatechismusDe Nederlands Gereformeerde Kerken zijn gereformeerde kerken. Dat betekent dat we staan in de traditie van de Reformatie van de 16e eeuw, toen de Bijbel na eeuwen weer onder het stof vandaan werd gehaald en Gods genade – en niet de goede werken van mensen – weer het hart van de verkondiging werd. In die jaren van kerkhervorming zijn in de strijd tegen allerlei dwaalleer de belijdenisgeschriften ontstaan die wij de drie Formulieren van Enigheid noemen: de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. In deze belijdenisgeschriften hebben de kerken, net als in drie algemene belijdenissen uit de eerste eeuwen van de kerk (de Twaalf Artikelen of Apostolische Geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel en die van Athanasius) hun geloof beleden en nagesproken wat Gods Woord zegt. Nog steeds ondertekenen ambtsdragers in de Nederlands Gereformeerde Kerken als regel bij hun aantreden deze belijdenisgeschriften als instemming met de leer van de kerk en binden predikanten zich via een ondertekeningsformulier aan de leer van de kerk.

Afscheiding en Doleantie

Voorthuizen: een van de oudste kerkgebouwen van de DoleantieHelaas staken in later eeuwen opnieuw leringen in de kerk de kop op die in strijd waren met de Bijbel. Vooral de vrijzinnigheid werd steeds sterker: dominees loochenden de verzoening door het bloed van Christus en zijn opstanding uit de dood en kregen daarvoor in de kerk alle vrijheid. Bij de Afscheiding (1834) en de Doleantie (1886) verliet daarom een aantal gelovigen de Hervormde Kerk – zoals de kerk van de Reformatie inmiddels heette -; in beide gevallen ging het er om, dat niet allerlei menselijke opvattingen, maar alleen het Woord van God gezag zou moeten hebben in de kerk. In 1892 gingen de kerken die door de Afscheiding en de Doleantie waren ontstaan, samen in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Enkele ‘afgescheiden’ kerken bleven bij deze vereniging apart staan en groeiden uit tot wat in onze tijd de Christelijke Gereformeerde Kerken zijn.

Vrijmaking

Helaas kwam het in de loop van de twintigste eeuw ook in de Gereformeerde Kerken in Nederland tot een breuk. Theologische gedachteconstructies over verbond en doop op basis van de theologie van dr. A. Kuyper werden steeds meer de bril waardoor de Bijbel en de gereformeerde belijdenis werd gelezen. In de jaren dertig riep een aantal jonge predikanten de kerken terug naar het levende spreken van God in Zijn Woord. Maar dat leidde tot een scherpe tegenreactie van de kerkelijke leiders.

Die ging zo ver dat de synode van de Gereformeerde Kerken tijdens de Tweede Wereldoorlog een aantal theologische opvattingen over verbond en doop bindend oplegde aan de kerken en predikanten. Die moesten beloven niets te zullen leren wat met die synode-uitspraken in strijd was. Maar in die uitspraken werd de betrouwbaarheid van Gods beloften bij de doop op losse schroeven gezet en werd de ernst van Gods waarschuwing aan verbondskinderen die Hem de rug toekeren gerelativeerd. Daar kwam bij dat de synode zich veel meer macht toekende dan volgens de gereformeerde kerkorde geoorloofd was, en de baas ging spelen over de plaatselijke kerken.

Prof. dr. K. SchilderEen aantal kerken, kerkleden, predikanten en hoogleraren (bekend werd prof. dr. K. Schilder) verzette zich tegen deze beslissingen van de synode. Onder verwijzing naar artikel 31 van de kerkorde (dat zegt dat je een besluit van een synode of classis niet hoeft te aanvaarden, als het met Gods Woord in strijd is) ‘maakten ze zich vrij’ van deze synodebesluiten. Maar ze moesten dat verzet (de ‘Vrijmaking’) bekopen met uitstoting uit het kerkverband; tientallen predikanten werden geschorst en afgezet. In 1944 en volgende jaren ontstonden zo de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) met toen zo’n 100.000 leden.

Scheuring

G. vdn de Brink en H.J. van der Kwast: Een kerk ging stukHelaas ontstond er in de vrijgemaakte kerken al spoedig spanningen, die in de jaren zestig van de vorige eeuw opnieuw tot een scheuring leidden. De meerderheid van de kerken koos voor een lijn waarbij de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in feite als enige ware kerk werden beschouwd en waarbij samenwerking met leden van andere kerken in scholen, politieke partijen etc. werd uitgesloten. De belijdenisgeschriften kregen in de praktijk bijna hetzelfde gezag als de Bijbel. Het publiceren van opvattingen die niet spoorden met de inhoud van de belijdenisgeschriften, zette de discussie over het gezag van de belijdenis en het naleven van de kerkelijke afspraken op scherp. Maar de overheersende oorzaak dat het mis ging in de kerk, was de drang om als kerkleden in alles hetzelfde te denken en te handelen. Die drang bleek in de praktijk sterker dan de eenheid in Christus te midden van onderlinge verschillen. De hang naar uniformiteit won het van de veelkleurigheid op het ene fundament: Jezus Christus, de gekruisigde en opgestane Heer.

Open BriefEen Open Brief van 25 kerkleden (meest predikanten) waarin die tendens aan de kaak werd gesteld, leidde tot een kettingreactie aan kerkelijke besluiten. De synode veroordeelde in 1967 de inhoud van deze Open Brief en dat synodebesluit leidde tot tuchtmaatregelen tegen predikanten en kerkleden die het met die Open Brief eens waren, maar ook tegen hen die de Open Brief weliswaar een ongelukkig stuk vonden, maar de ondertekenaars als broeders bleven aanvaarden. Opnieuw kwamen tal van kerken buiten het kerkverband te staan en werden tientallen dominees geschorst en afgezet.

Deze buiten het verband geraakte kerken die zo’n 30.000 kerkleden omvatten (een kwart van de toenmalige vrijgemaakte kerkleden) hielden elkaar vast en vormden een nieuw kerkverband: aanvankelijk onder de naam Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt buiten verband), later onder de naam Nederlands Gereformeerde Kerken.

De Geest doorbreekt de grenzen

Wie terugkijkt op de kerkgeschiedenis komt veel pijn en verdriet tegen als gevolg van het toelaten van dwaalleer, van kerkelijke heerszucht en van het binden van de gewetens van kerkleden boven Gods Woord uit. Maar tegelijk is die kerkgeschiedenis ook de geschiedenis van Gods trouw, die Zijn gemeenten in stand hield en mensen bewaarde bij de gehoorzaamheid aan Zijn Woord.

Daarbij is het goed te beseffen dat God niet alleen in onze kerken heeft gewerkt. We hebben geen enkele reden om ons kerkelijk op de borst te slaan. In de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland (sinds 2004 samengegaan in de Protestantse Kerk van Nederland) zijn velen blijven opkomen voor de trouwe prediking van Gods Woord en zich blijven verzetten tegen leervrijheid in de Kerk. Verder hebben de Nederlands Gereformeerde Kerken de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de christelijke Gereformeerde Kerken erkend als kerken van Jezus Christus met wie wij op dezelfde grondslag staan. Daarnaast hebben we als Nederlands Gereformeerden in de afgelopen jaren onze winst mogen doen met wat broeders en zusters uit evangelische kring op het gebied van liederen, jeugd- en kinderwerk, evangelisatiewerk etc. aan goeds hebben ontwikkeld.

Zo mogen we ervaren dat de Heilige Geest ook op tal van plaatsen buiten onze kerken krachtig werkt en de ‘grenzen doorbreekt die door mensen zijn gemaakt’.